Home » Menselijk lichaam » Zwangerschap & Ouderschap » Baby’s eerste hapjes: 8 tips voor ‘t 1e babyhapje (bijvoeding)…

Baby’s eerste hapjes: 8 tips voor ‘t 1e babyhapje (bijvoeding)…

Baby’s eerste hapjes: 8 tips voor ‘t 1e babyhapje (bijvoeding)…

Of je baby nu borstvoeding of kunstvoeding / flesvoeding / babymelkpoeder krijgt, op een gegeven moment dient vast voedsel als bijvoeding te worden geïntroduceerd. Maar na hoeveel maanden begin je hiermee en wat introduceer je als eerste? Eerst groente of eerst fruit? En wélke groentesoorten en wélke fruitsoorten zijn geschikt voor eerste hapjes? En vanaf welke exacte leeftijd mag wát? Kortom: een heleboel vragen over het eerste (vaste) hapje voor jouw baby die hieronder worden beantwoord…

Eerste vaste hapje baby – Tip 1: allereerste oefenhapjes…

De introductie van vast voedsel… Wanneer –dus vanaf hoeveel maanden– je als ouder het allereerste oefenhapje bij je kindje introduceert, is afhankelijk van iemands individuele situatie. Hoe nieuwsgierig is je kindje naar jouw bord? Hoe goed kan hij/zij zelfstandig zitten? Heb je een kinderstoeltje met zitverkleiner?

Elke baby is anders en eet anders. Er staat dus geen vaste leeftijd voor het introduceren van een eerste vaste hapje.

#2: Absolute leeftijdsgrens voor introductiehapjes

In het eerste jaar moet je sowieso voorzichtig zijn met wat je een kindje te eten geeft. Pas vanaf 4 maanden kun je beginnen met de allereerste hapjes ‘vaste voeding’; eerder kan de stofwisseling het nog niet aan. Heb je het gevoel dat je kind er nog niet aan toe is, dan kun je er ook nog even mee wachten.

Overigens zijn er genoeg ouders die na 5 maanden het eerste vaste voedsel introduceren, en pas na 6 maanden heeft een kindje per se voedingsstoffen uit vast voedsel nodig

3e tip: eerste vaste babyhapje – melkvoeding afbouwen

Een veelvoorkomend voorbeeld… Rond de leeftijd van 4 tot 6 maanden: 4 tot 6 melkvoedingen. Tussen maand 4 en 6 de eerste introductiehapjes, bestaande uit groente en fruit. Vanaf 6 maanden ‘korstloos’ / ‘ontkorst’ brood als bijvoeding introduceren. Rond 7 maanden worden de eerste oefenhapjes uitgebouwd tot volwaardige fruitmaaltijden en broodmaaltijden. Vanaf 9 maanden: afbouwen naar 3 melkvoedingen. Rond 7 maanden worden warme hoofdmaaltijden aan brood, fruit en pap toegevoegd. Op de leeftijd van 10 tot 12 maanden: nog maar 2 melkvoedingen.

Rond de 12 maanden wordt vaak volledig overgestapt van borstmelk / moedermelk naar koemelk of een melkvervanger.

4. Waaruit bestaan de eerste hapjes van een baby?

De eerste babyhapjes –tussen de 4 en 6 maanden– bestaan doorgaans uit licht verteerbare groentesoorten of licht verteerbare fruitsoorten. Vaak wordt begonnen met rijstepap of een papje van maïzena / maïsmeel, omdat dit door de meeste baby’s goed wordt verdragen. Maar je kunt –al dan niet enkele dagen later– ook de volgende soorten groenten en fruit uitproberen:

  • Aardappel(puree), abrikoos & aubergine
  • Avocado, banaan + bataat
  • Bloemkool en Broccoli
  • Champignons, courgette & doperwtjes
  • Mango, meloen + peer
  • Perzik, pompoen en worteltjes
  • Rode bieten & sperzieboontjes

Eerste hapjes zijn gemakkelijk zelf te maken door gekookte of gestoomde groenten te pureren met een staafmixer, blender of keukenmachine. Of door fruit te pureren… Prakken kan ook, maar dan moet je wel héél nauwkeurig te werk gaan. Het is echter eveneens mogelijk om kant-en-klare potjes of bakjes babyvoeding te kopen in de reguliere supermarkt of natuurvoedingswinkel. (bron)

Zolang je kindje nog geen 6 maanden oud is, dient vaste bijvoeding als kennismaking; de voedingsstoffen zijn nog niet écht nodig. Is er geen interesse, stel het eerste hapje dan gerust nog eventjes uit. Let wel: zien eten, doet eten, dus blijven proberen mag ook…

Tip #5: Baby’s eerste vaste hapje… groente of fruit?

Veel ouders kiezen ervoor om éérst fruit te introduceren aan hun baby. Het betrekkelijke voordeel hiervan is dat fruit over het algemeen relatief veel fruitsuikers bevat en dus zoet smaakt. De kans is dus groot dat zoet fruit in goede aard valt bij jonge kindjes. Het nadeel hiervan is echter dat de groenten die je hierna introduceert als bitter kunnen worden ervaren. Andersom gebeurt ook, maar éérst groenten introduceren, is lastiger…

Het is echter NIET zo dat je kindje per definitie géén groenteliefhebber wordt als je eerst fruit aanbiedt. Want ook moedermelk is erg zoet… Wetenschappelijk bewijs dat eerst fruit introduceren beter is dan eerst groente aanbieden of vice versa bestaat niet! Wel kan het raadzaam zijn om een klein beetje van één voedingsmiddel (dus één ingrediënt, NIET gemengd) per keer te introduceren met intervallen / pauzes van 2 tot 7 (doorgaans 4) dagen i.v.m. eliminatie voedselallergieën. (bron + bron)

Bovendien is het raadzaam om het eerste jaar veel verschillende smaken uit te proberen.

6. Gepureerd of tóch vast (volgens de Rapley-methode)?

Heel veel ouders kiezen ervoor de eerste babyhapjes geprakt en gepureerd te geven (vers of een potje uit de winkel); hapje voor hapje via een platte plastic babylepel… Je kunt echter ook de Rapley-methode toepassen: voedsel aanbieden, zó uit het vuistje. Gill Rapley constateerde namelijk dat baby’s prima in staat zijn zélf aan te geven wanneer ze willen overgaan / overstappen van melk op vast voedsel.

Ze moeten hier echter wel de gelegenheid toe krijgen: vast voedsel moet ze worden aangereikt. Je geeft je kindje de eerste 6 maanden 100% borstvoeding en vanaf 6 maanden geef je vaste bijvoeding. Hele stukken gaar gekookte groenten of stukken fruit waarmee vrijelijk en spelenderwijs kan worden geëxploreerd en geëxperimenteerd. Het nadeel hiervan is een heleboel rotzooi en kokhalzen; het voordeel is een betere motoriek en een waardevolle leerervaring. De veiligheid wordt her en der betwist; tegenstanders waarschuwen voor stikgevaar, voorstanders beweren dat een kind juist léért om niet te stikken. (bron)

Het idee achter de Rapley-methode –een vorm van baby-led weaning (BLW)– is dat een kindje zélf kan onderzoeken wat er met het betreffende voedingsmiddel moet worden gedaan en zélf kan aangeven hoe en hoeveel hij/zij eet. (bron)

7. Zout, suiker, gluten, nitraat & allergenen

Voeg géén zout en suiker toe aan babyvoeding. Zout is slecht voor de niertjes. Suiker is slecht voor (aankomende) tandjes. Tot de 7e levensmaand kan de spijsvertering va je kindje erg gevoelig zijn voor gluten (fracties van graaneiwitten uit tarwe, gerst, rogge, spelt, kamut en/of haver) en is een glutenvrij dieet raadzaam.

Nitraat kan worden omgezet naar nitriet en zodoende ademhalingsproblemen bij baby’s veroorzaken. Wees daarom terughoudend met nitraatrijke groenten zoals andijvie, bleekselderij, Chinese kool, koolrabi, paksoi, postelein, raapstelen, rode bieten, sla, spinazie, spitskool en venkel. En pas om met honing: dit natuurproduct kan besmet zijn met (sporen van) de bacterie die botulisme veroorzaakt.

Met het oog op voedselallergieën dien je terughoudend en opmerkzaam te zijn met gluten (alles waarin is verwerkt), eieren, koemelk, citrusvruchten, honing en schaal- en schelpdieren. En pas natuurlijk op met pitjes, schilletjes en andere kleine harde / vaste stukjes!

8. Hoe zitten? De zithouding van je baby tijdens het eten…

Als je kindje zelfstandig rechtop kan zitten –al dan niet met behulp van een zitverkleiner– dan kun je hem/haar zittend laten eten… Of zet hem/haar bij iemand anders op schoot zodat je je kindje kan aankijken en goed kunt zien hoe hij/zij kauwt en slikt. Bij jezelf op schoot kan ook, maar trek dan niet je beste kleren aan en houd er rekening mee dat je zicht beperkt is.

Zorg er in elk geval voor dat je baby goed rechtop zit en niet half ligt, want als een hapje per ongeluk achterin de keel schiet, moet het in principe door je kindje zélf worden opgegeven en uitgespuugd. En in liggende houding is dit gevaarlijk… De exacte zithouding / eethouding wordt vooral gebaseerd op bekwaamheid, veiligheid en voorkeur. (bron) Als een kindje van links naar rechts en van voor naar achter zwabbert, is zelfstandig zitten geen optie.

Let wel: het overgrote merendeel van de eerste hapjes zal –ongeacht eethouding en zithouding– in het slabbetje belanden en niet in het maagje terechtkomen…

Eerste hapjes baby: tot slot…

Er bestaat géén specifiek vaststaand moment waarop je het beste vaste bijvoeding kunt introduceren of volledig kunt overstappen van melkvoeding op vast voedsel. Dis is écht een kwestie van ervaren in de praktijk… Met 4 maanden starten met bijvoeding wordt door velen als ‘de norm’ beschouwd (omdat dit de kans op voedselallergieën zou verkleinen), maar met 6 maanden kan ook (dit zou weer de kans op spijsverteringsontstekingen verkleinen). De meningen hieromtrent zijn verdeeld, zowel op ervaringsdeskundig als wetenschappelijk vlak. (bron)

Maakt je baby smakkende geluidjes, probeer het dan gewoon eens… Accepteert je baby een lepeltje of een gekookt worteltje in de mond, dan is hij/zij er waarschijnlijk klaar voor. En blijft de automatische tongreflex achterwege, kijk dan eens hoeveel hapjes je kindje accepteert. De eerste hapjes vervangen trouwens geen borstvoedingen of flesvoedingen; dit gebeurt pas naarmate grotere hoeveelheden worden gegeten. Dat er meer wordt uitgespuugd dan er wordt opgegeten, is overigens normaal. Geen teken van niet lusten, maar van onwennigheid. Als je baby nog geen tandjes heeft, bijt en sabbelt hij/zij evengoed; dit is goed voor de mondspierontwikkeling / kauwspierontwikkeling. Om écht te leren kauwen, kun je je kindje vanaf 7 maanden brood met korstjes geven.

Hoe denk jij over de eerste hapjes van een baby? Deel hieronder jouw opvattingen, ervaringen en bevindingen ten aanzien van de allereerste ‘vaste’ (of eigenlijk geprakte en gepureerde) babyhapjes!

Plaats een reactie

Je reactie wordt voor publicatie gekeurd door de redactie en dient te voldoen aan de regels voor reacties.